Historie | Afdrukken |

 

De geschiedenis van De Carishof gaat terug tot 1640; sindsdien is er verschillende keren aan ge- en verbouwd. De grootste ingrepen vonden plaats in 1777 toen voor het woongedeelte aan de straatzijde een klokgevel werd geplaatst en in de jaren zeventig van de 20ste eeuw toen de boerderij ingrijpend is gerestaureerd en er een nieuwe zuidvleugel kwam waar tot 1959 een vakwerkvleugel de hoeve tot een carré gesloten hield.

 

In die jaren kreeg de tuin voor een deel ook al zijn huidige patroon. De hagenstructuren voor zover van beuk en buxus dateren grotendeels uit die periode.

 

Met de komst van de huidige bewoners in maart 2002 brak een periode van drastische herziening aan voor de tuin. De structuren met beuken- en buxushagen werden gehandhaafd en nog uitgebreid (met vooral taxus en bolletjes van buxus), maar van de gazons werden forse stukken afgenomen om te worden getransformeerd in bloemenborders. Voordien was de tuin volledig bloemloos geweest.

Voorafgaand aan de naderende verhuizing waren in de herfst van 2001 reeds enige tientallen buxusbollen naar De Carishof overgezet.

 

Het eerst ontstond in maart 2002 de Vijverborder met (half)schaduwplanten zoals hosta’s, varens en geranium phaeum in de variëteiten helder purperpaars en (bijna) zwart. Die laatste stamt ‘oorspronkelijk’ uit het toen nog overwoekerde terrein rond het bouwvallige kasteel St Gerlach in Houthem (vóór de restauratie). Met doorstekken kwam het plantje via Amsterdam (volkstuin) en ’s-Graveland op De Carishof terug naar de Limburgse löss-gronden.

 

Ook in het voorjaar van 2002 werden de drie driehoekig geschoren lindebomen aan de westzijde van het woonhuis ‘losgelaten’ om te mogen uitgroeien tot normale bomen en werden rond de vijver enkele berken gerooid ter wille van een beter doorzicht. Op de kop van het terrein aan de straatzijde werd een ruim 20 jaar oude paardenkastanje geplant, in het midden van het gazon een kleinbladige Amerikaanse eik en op de binnenplaats van de boerderij een dakplataan. Achterin de tuin werd met een eerste aanplant van meidoornhaag een boomgaardje afgescheiden waarop zeven hoogstamfruitbomen werden geplant. Aan gene zijde van de meidoornhaag zouden later   twee dahlia-borders worden geformeerd. Om die laatste zo vroeg mogelijk in de zomer tot ware kleurige blikvangers te maken worden ze al in de eerste helft van maart (binnen) opgepot.

 

2002 was ten slotte het jaar waarin de Orangerie werd gebouwd, de daaraan grenzende Blauwe Border werd aangelegd en het stuk grasveld werd geruimd waar zich nu de Grote Border bevindt. Achter het bakhuis ontstond een strook voor kleinfruit.

 

In het voorjaar van 2003 werd een begin gemaakt met de beplanting van de Grote Border (die nadien nog regelmatig zou worden gewijzigd), ontstond met behulp van stekken de Annabellen Border onder de tamme kastanje en werd het Lavendelperk ingeplant.

 

De hete zomer van 2003 werd benut om de hele westelijke zijde van de tuin op de schop te nemen. Hier was tot dan toe uitsluitend hooiachtig grasland. Na draineren en het inzaaien van gras over de volle breedte en diepte, kwam in augustus het (eigen) ontwerp tot stand waarmee de Westborder ontstond, het Wijngaardje (25 stokken van de Italiaanse muskaat Palatina), de Struikenborder, de strook met Sneeuwwitjes op stam en de border met Rosa Nostalgie.

 

Daarmee was bij het ingaan van 2004 de tuin grotendeels geconstrueerd naar zijn huidige vorm en beeld, zij het dat sindsdien veranderingen en aanpassingen op kleine schaal een perpetuum mobile zijn blijven vormen. Zoals in de lente van 2007 een begin werd gemaakt met het op middeleeuwse wijze omrasteren van de perkcirkels (narcissen en wilde akkerbloemen) met wilgentenen.

 

Foto's

Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten. Alle afbeeldingen zijn van hoge kwaliteit. Hierdoor kan het even duren voordat ze volledig geladen zijn.